De Cane Corso: een veelzijdige jacht- en werkhond

De Cane Corso Italiano is een oud Italiaans molosserras met een rijke geschiedenis als werkhond. Zijn oorsprong ligt in het landelijke Zuid-Italië, waar hij werd ingezet als bewaker van erf, gezin en vee, maar ook als jachthond voor groot en gevaarlijk wild.
Door de eeuwen heen werd de Cane Corso geroemd om zijn kracht, moed, intelligentie en zelfstandigheid. Het was geen hond die uitsluitend op bevel werkte: hij moest situaties kunnen inschatten en zelfstandig handelen wanneer dat nodig was. Juist die combinatie van fysieke kracht en een opmerkelijk evenwichtig karakter maakte hem zo waardevol voor boeren, herders en jagers.
Een hond voor het zware werk
De lichaamsbouw van de Cane Corso sloot perfect aan bij zijn oorspronkelijke taken. Hij is krachtig en atletisch, met een brede borstkas, stevige ledematen en een gespierde hals. Tegelijkertijd beschikt hij over voldoende beweeglijkheid en uithoudingsvermogen om langdurig actief te blijven.
Bij de jacht op groot wild waren vooral moed, vastberadenheid en een sterke neus van belang. De Cane Corso werd onder meer ingezet bij de jacht op wilde zwijnen en ander groot wild. Vaak werkten verschillende typen honden samen: lichtere en snellere honden konden het wild opsporen en achtervolgen, terwijl de krachtige molosser werd ingezet wanneer het dier moest worden tegengehouden.
Oude kunstwerken geven ons een bijzonder beeld van deze traditie. Op Assyrische reliëfs uit Nineveh zijn krachtige honden te zien tijdens de jacht op wilde zwijnen. Ook in de Romeinse, middeleeuwse en later de Napolitaanse kunst komen honden voor die sterk aan de huidige Cane Corso doen denken. Hoewel dergelijke afbeeldingen niet als sluitend bewijs voor de oorsprong van het moderne ras kunnen worden beschouwd, laten ze wel zien hoe lang krachtige molosserachtige honden met de jachttraditie verbonden zijn.
Een mooi voorbeeld vinden we in de Villa Romana del Casale op Sicilië. Een mozaïek toont een jacht op een wild zwijn waarbij een krachtige mastiffachtige hond het dier confronteert, terwijl een andere, lichtere hond een andere rol binnen de jacht vervult. Ook latere werken, zoals schilderijen van Filippo Hackert, tonen dergelijke combinaties van windhonden en krachtige molossers.
De Cane Corso op het platteland

De Cane Corso was echter veel meer dan een jachthond. Vooral op het Italiaanse platteland was hij een veelzijdige partner van boeren en herders. Hij bewaakte erven en vee, vergezelde zijn eigenaar en kon optreden wanneer er gevaar dreigde.
Voor een herder was zo’n hond tijdens de transhumance – de seizoensgebonden verplaatsing van kuddes – bijzonder waardevol. De Cane Corso kon zowel het vee als zijn begeleider beschermen en vormde daardoor een betrouwbare metgezel in afgelegen gebieden.
Ook de plattelandswachter had vaak een sterke band met zijn hond. Tijdens lange perioden waarin landerijen en gewassen bewaakt moesten worden, was de Cane Corso niet alleen waakhond, maar ook een constante en betrouwbare metgezel.
Kruisingen voor specifieke taken

Omdat honden vroeger vooral op hun werkeigenschappen werden geselecteerd, werden er ook kruisingen gemaakt om bepaalde kwaliteiten te versterken. Zo werd de Cane Corso soms gekruist met jachthonden of windhonden. Het doel was onder andere meer snelheid, een beter ontwikkeld reukvermogen of een groter vermogen om wild langdurig te volgen.
Een bekende historische kruising was de combinatie van een Cane Corso met een grote Italiaanse windhond, waaruit honden voortkwamen die in bepaalde streken onder namen als Leporarius Magnus en Straviere werden aangeduid. Ook kruisingen met de Segugio en de Abruzzese herdershond worden in historische beschrijvingen genoemd.
Deze honden waren doorgaans geen nieuwe, zelfstandig gefokte rassen, maar functionele kruisingen die bedoeld waren om eigenschappen van verschillende werkhonden te combineren.
De jacht op het wilde zwijn

De jacht op het wilde zwijn was een van de zwaarste opdrachten voor mens en hond. Een volwassen everzwijn is sterk, snel en beschikt over gevaarlijke slagtanden. Wanneer het dier zich bedreigd of gewond voelde, kon het zich bijzonder fel verdedigen.
Daarom was samenwerking binnen de meute essentieel. De lichtere honden konden het spoor volgen en het wild opjagen, terwijl de Cane Corso dankzij zijn kracht en vastberadenheid kon helpen om het dier op zijn plaats te houden.
De honden werden van jongs af aan zorgvuldig geselecteerd en getraind. Jagers letten daarbij niet alleen op lichaamsbouw, maar vooral op karakter, moed, concentratie en werklust. Een goede jachthond moest immers onder grote druk kunnen blijven functioneren.
Historische jachtpartijen konden zowel te voet als te paard plaatsvinden. Vooral bij aristocratische jachten werden grotere meutes gebruikt, waarin verschillende typen honden ieder hun eigen taak hadden.
Een interessant voorbeeld is een werk van Filippo Hackert waarop koning Ferdinand I tijdens een jacht op wilde zwijnen wordt afgebeeld. Op het schilderij zijn zowel windhonden als krachtige Cane Corso-achtige honden te zien. Het beeld geeft een mooi inzicht in de manier waarop verschillende honden binnen één jacht samenwerkten.
De dassenjacht
Ook de jacht op de das maakte deel uit van de historische werktraditie in Zuid-Italië. Hierbij waren vooral honden nodig die over een uitstekend reukvermogen, doorzettingsvermogen en moed beschikten.
De Cane Corso werd daarbij soms gecombineerd met kruisingen waarin eigenschappen van jachthonden en molossers samenkwamen. De lichtere honden konden het spoor volgen, terwijl de Cane Corso vooral werd gewaardeerd om zijn kracht en vastberadenheid.
Voor plattelandswachters vormde de dassenjacht bovendien een activiteit die aansloot bij hun dagelijkse werk in het veld. De hond die overdag het land bewaakte, kon ’s nachts opnieuw worden ingezet als werkpartner.
Van werkhond naar modern ras

Met de modernisering van de landbouw verdwenen veel van de traditionele taken van de Cane Corso. Hierdoor nam het aantal honden sterk af en kwam het ras in de twintigste eeuw in een kwetsbare positie terecht.
Gelukkig ontstond vanaf de jaren tachtig opnieuw belangstelling voor het behoud van de oorspronkelijke Cane Corso. Liefhebbers gingen in Zuid-Italië op zoek naar honden die nog zoveel mogelijk van de traditionele eigenschappen bezaten. Historische afbeeldingen, oude beschrijvingen en metingen van bestaande honden werden gebruikt om het ras opnieuw in kaart te brengen.
Dit werk leidde uiteindelijk tot de officiële erkenning van de Cane Corso door de ENCI in 1994 en later door de FCI. Vandaag behoort het ras tot groep 2 van de FCI, de groep van Pinschers, Schnauzers, molosserachtige honden en Zwitserse Sennenhonden.
Een erfgoed dat voortleeft
De moderne Cane Corso is uiteraard niet meer dezelfde hond als de werkhond die eeuwen geleden op Italiaanse boerderijen en jachtvelden leefde. Toch zijn veel van zijn oorspronkelijke eigenschappen nog altijd herkenbaar.
Zijn waakzaamheid, intelligentie, moed, kracht en sterke band met zijn eigenaar behoren tot de kenmerken die het ras zo bijzonder maken. Tegelijkertijd vraagt juist die krachtige achtergrond om een goede opvoeding, vroege socialisatie en een eigenaar die de hond op een verantwoorde manier begeleidt. De Cane Corso is een vriendelijke, imposante hond.
Hij dwingt door zijn rustige robuuste voorkomen respect af.
In huis is het een rustige hond, buiten is het een actieve hond die zich goed kan vermaken.
Naar mensen toe is het een sociale hond, maar afwachtend naar vreemden, een goede waakhond.
Naar andere honden toe is de Cane Corso ook sociaal en speelt graag met soortgenoten.
Het is belangrijk om de hond goed te socialiseren.
We kunnen dus stellen, dat de Cane Corso een moedige temperamentvolle hond is, die zeer oplettend zijn werk doet.
Hiervoor dient de hond over enige dominantie te beschikken.
Dominant is zeker niet gelijk aan agressief.
Dominant in deze is een uitstraling van moed, waarbij respect wordt afgedwongen.
Vanwege zijn nieuwsgierige en leergierige instelling is de Cane Corso zeer geschikt om gehoorzaamheidstrainingen te volgen.
Op puppycursus zijn ze vaak de koplopers , dit door hun intelligentie en leergierigheid.
De geschiedenis van de Cane Corso laat vooral zien dat dit ras nooit voor één enkele taak werd gefokt. Het was een veelzijdige werkhond die kon bewaken, beschermen, met vee werken en de jager ondersteunen. Die veelzijdigheid is misschien wel het meest kenmerkende onderdeel van zijn eeuwenoude erfgoed.
BOUW
Hoofd: Breed en typisch mollosserachtig, De schedel is breed bij de jukbeenderen, het breedste van het hoofd zit dus naast de ogen.
Gewelfd voorhoofd met een goed gemarkeerde stop, die naar het achterhoofd tamelijk vlak wordt. Zichtbare plooi middenvoor.
-Lippen:
De bovenlippen van opzij gezien, hangen de lippen matig.
Ze bedekken de onderkaak zodanig, dat het onderste deel van het profiel gedomineerd wordt door de lippen.
-Kaken en tanden:
Kaken zeer groot, dik en gebogen. Lichte onderbeet (optimaal is 5mm, toegestaan tot 10mm).
Tanggebit is acceptabel.
-Ogen:
Middelgroot, ovaal van vorm, naar voren gericht en licht uitpuilend. Kleur van de iris zo donker mogelijk, afhankelijk van de kleur van de vacht.
-Oren:
On gecoupeerd, driehoekig, hangend, met brede inplant, hoog geplaatst boven het jukbeenboog.
In sommige landen worden de oren nog steeds gecoupeerd tot korte driehoek.
-Hals:
Sterk, overwegend droog, gespierd, even lang als het hoofd.
Lichaam: Het lichaam is iets langer dan de schofthoogte, stevig gebouwd maar niet gedrongen.
De rug is recht, zeer gespierd en stevig. De lenden zijn kort en krachtig, de achterhand is lang en breed, licht aflopend.
De borstkas is goed ontwikkeld in drie dementi’s en loopt tot aan de ellenboog.
-Staart:
Hoog ingeplant en breed bij inplant. In actie wordt de staart geheven, maar nooit gekruld of recht omhoog gedragen.
In sommige landen wordt de staart nog steeds gecoupeerd.
-Ledemeten:
*Voorste ledematen:
De schouder is lang, schuin en zeer gespierd.
De opperarm is sterk, de onderarm recht en zeer sterk.
De middenvoet is droog en licht hellend, een voet als een kat.
*Achterste ledematen:
De dij is lang, breed en achterwaarts gewelfd.
Het been is krachtig en niet vlezig, de enkel matig gehoekt, middenvoetbeentjes dik en pezig.
De voeten zijn iets minder compact dan de voor voeten.
Het gangwerk bestaat uit lange stap met een uitgestrekte draf.
Het gewenste gangwerk is ook draf.
Belangrijk is dat de voor-en achtervoeten naar voor gericht zijn en dat de tenen niet te los van elkaar staan.
-Vacht:
Kort, glanzend, en erg dicht met lichte ondervacht.
Kleur: Zwart, Loodgrijs, Leisteen grijs, Lichtgrijs, Zandkleur, Lichtrood, Donker rood en gestroomd
(strepen van verschillende tinten rood of grijs op een meestal zwarte ondergrond).
Bij de Fawn (Zand-rood) en gestroomde vachtkleur hoort een zwart of grijs masker op de snuit dat niet verder mag gaan dan de lijnen van de ogen.
Een witte vlek op de borst, is de vingerafdruk van elke hond.
Op het uiteinde van de voeten en op de brug van de neus is een beetje wit aanvaardbaar.
-Schofthoogte en Gewicht:
*Een reu van 64cm tot 68 cm, en een gewicht van 45kg – 50kg.
*Een teef van 60cm tot 64cm, en een gewicht van 40kg – 45kg.
(Afwijking van 2cm zowel naar boven als naar beneden zijn toegestaan)
-Fouten:
Elke afwijking van de omschrijving van voorafgaande punten moeten als een fout worden beschouwd, de ernst van de fout moet bekeken worden in de mate en het effect ervan op de gezondheid van de hond.
*De assen van de snuit en de schedel lopen parallel of te veel naar elkaar toe, de zijkanten van de snuit lopen naar elkaar toe (=convergentie).
*Gedeeltelijk niet gepigmenteerde neus.
*Schaar gebit of te grote onderbeet.
*Krulstaart, staart in verticale positie.
*Telgang.
*Groter of kleiner toegestane hoogte.
-Diskwalificatie fouten:
*Agressief of schuw.
*Duidelijke fysieke of gedragsafwijkingen.
*Holle neus.
*Boven voorbeet.
*Gedeeltelijke of volledige oogleden, depigmentatie.
*Staartloos of te korte staart.
*Halflang of krullend haar.
*Alle kleuren die niet in de standaard genoemd worden, grote witte vlekken.
De Cane Corso, een gouden hond, een goede vriend en een geweldige kameraad voor het leven.
Contact
Navigatie
Designed with Hillaert Nathalie
BE 0642.989.145

























